Regionale Aanpak Luchtkwaliteit RijnmondProject Lucht |
||
|
|
Overheden en bedrijfsleven van de regio Rijnmond werken samen om de lucht in de regio de komende jaren schoner te maken. Dit is van groot belang om de gezondheid van inwoners te beschermen én de economische ontwikkeling van de regio veilig te stellen. De gezamenlijke overheden realiseren dit met een pakket aan maatregelen dat van 2007 t/m 2010 wordt ingezet en uitgevoerd. Ook u kunt als bewoner of ondernemer hier uw bijdrage aan leveren. Het Regionaal Actieprogramma Luchtkwaliteit Rijnmond (RAP) is gericht op verbetering van de luchtkwaliteit in het belang van volksgezondheid, milieu en economie. Dit programma integreert de Rotterdamse Aanpak Luchtkwaliteit, het Masterplan Luchtkwaliteit ROM-Rijnmond en de plannen van aanpak luchtkwaliteit van de Stadsregio Rotterdam en Havenbedrijf Rotterdam N.V. ROM-Rijnmond coördineert en faciliteert de regionale aanpak. Gemeentewerken Rotterdam zorgt voor de coördinatie van de uitvoering van het Regionaal Actieprogramma. December 2005 heeft het BOR het Regionaal Actieprogramma Luchtkwaliteit Rijnmond (pdf, 21 pagina’s, 916kB) vastgesteld. Dit Actieprogramma omvat een heel pakket aan maatregelen om de luchtkwaliteit tot en met 2010 te verbeteren. De focus daarbij is gericht op locaties waar de wettelijke normen voor fijn stof en NO2 nu of in de (nabije) toekomst worden overschreden. De nieuwe wet Luchtkwaliteit bevat een gebiedsgerichte aanpak via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Op basis van berekeningen op basis van ‘de saneringstool’ wordt conform de nieuwe Wet Luchtkwaliteit voor de regio het programma opgesteld waarin alle betekenisvolle ruimtelijke ontwikkelingen (m.n. bouwactiviteiten) met milieugevolgen en verbetermaatregelen zijn opgenomen. Het regionale programma (RSL) is in april 2008 door het Rotterdamse gemeentebestuur en het bestuur van de Stadsregio vastgesteld. Op verzoek van partijen is de totstandkoming van het RSL door ROM gecoördineerd. Uit analyses van de oorzaken van luchtvervuiling blijkt dat het gemotoriseerde wegverkeer de grootste bijdrage levert aan de concentraties NO2 en PM10 op leefniveau. Het RAP richt zich daarom voor een groot deel op maatregelen die ingrijpen in het gemotoriseerde wegverkeer. Bovendien blijkt uit gezondheidsstudies dat juist de verkeersuitstoot het meest schadelijk is. Omdat de sectoren ‘bedrijven’ en ‘scheepvaart’ belangrijke bronnen zijn voor met name de achtergrondconcentratie, richt het RAP zich ook nadrukkelijk op deze sectoren. Daar zijn diverse fysieke maatregelen mogelijk. Verder moet worden gedacht aan vergroting van kennis en begrip en aan het verbreden van draagvlak. Diverse acties op het gebied van communicatie met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties zijn nodig. Zo worden zij opgeroepen tot een actieve bijdrage aan oplossingen. Maatregelen RAPDe maatregelen zijn gegroepeerd naar sector. Zo ontstaan acht clusters: 1. Schone voertuigen
Aanpak bij de bron is veruit de belangrijkste oplossingsrichting om de luchtkwaliteit te verbeteren. Er worden wel strengere Europese eisen gesteld aan de uitstoot van voertuigen, maar dat gaat te traag en de eisen zijn niet streng genoeg om de knelpunten op te lossen. Om toch een versnelde introductie van schone voertuigen te bewerkstelligen, neemt de stadsregio het initiatief om zoveel mogelijk de wagenparken van regiogemeenten te verschonen. Een verdere uitbouw naar de private markt is de volgende stap. 2. Verbeteren doorstromingVerkeer dat steeds moet afremmen en moet optrekken, stoot veel meer uit dan verkeer dat gelijkmatig kan doorrijden. Daarom wordt gewerkt aan verbetering van de doorstroming. Voorbeelden zijn de 80 kilometer per uur-maatregel op de A13 Overschie en de proef met de 80 kilometer per uur zone op de A20. 3. Stimuleren andere vervoerwijzenHet stimuleren van alternatieven voor het autogebruik is een derde type maatregel dat ingrijpt in het wegverkeer. Dit kan door het stimuleren van andere vervoerwijzen (fiets, OV), al dan niet in combinatie met een gedeeltelijke verplaatsing per auto. Voorbeelden zijn de aanleg van fietsroutes en fietsenstallingen, verbeteren van het OV en verdere uitbouw van P+R-terreinen. 4. Huishoudens/burgersEen centrale-verwarmingsketel in ieder huishouden leidt tot veel vervuiling. Aansluiting van woningen op restwarmte van de industrie is een maatregel om de uitstoot door huishoudens te verminderen. 5. BedrijvenDe afgelopen jaren is al veel gebeurd om de uitstoot van NO2 en PM10 door bedrijven te verminderen. Toch is de industrie voor circa 50% verantwoordelijk voor de totale uitstoot in de Rijnmond. Onder andere door te investeren in de-NOx installaties kan de bijdrage van de industrie gereduceerd worden. 6. Haven/scheepvaart/spoorDe scheepvaart stoot relatief veel NO2 en PM10 uit. Relevante maatregelen zijn schonere motoren en brandstoffen en het aanbieden van walstroom. De pilot walstroom voor de binnenvaart in de Maashaven is al in uitvoering. Een ander bijzonder project in het havengebied is het ontwikkelen en in de markt zetten van een hybride rangeerlocomotief. 7. Communicatie en innovatieDiverse acties op het gebied van communicatie worden ondernomen om kennis te vergroten en draagvlak te verwerven. “Out of the box” denken is nodig om de sprongen voorwaarts te maken. 8. Overige maatregelen, waaronder meten en rekenenDe (wetenschappelijke) kennis rondom luchtkwaliteit ontwikkelt zich snel. Dat is ook noodzakelijk om de juiste maatregelen te treffen. Het expertisecentrum van de DCMR Milieudienst Rijnmond heeft het voortouw voor de kwaliteit van de (regionale) informatie. Contactpersonen bij ROM-Rijnmond:
Tineke Hempenius Naar een schone lucht in RijnmondUitbreiding van de milieuzonering voor vrachtauto’s. Het instellen van milieuzones voor lichte bestelwagens en nog meer op-en-top schone bussen. Deze en andere maatregelen moeten ervoor zorgen dat de regio Rijnmond voldoet aan de geldende normen voor luchtkwaliteit. Dat hebben het Dagelijks Bestuur van de Stadsregio Rotterdam en B&W van Rotterdam begin april afgesproken. ROM-Rijnmond heeft de inhoudelijke coördinatie en het procesmanagement van dit rapport ‘Dat Lucht op: naar een schone lucht in Rijnmond’ (pdf) gedaan. De investeringen die de overheden doen bedragen zestig miljoen euro. Een monitoring houdt de vordering in de gaten en geeft aan of en wanneer eventuele extra maatregelen, bovenop dit pakket, nodig zijn. De overheden houden er rekening mee dat sommige maatregelen niet op tijd kunnen worden ingevoerd of dat ze tegenvallen in hun effect. Het rapport is onderdeel van de Wet Luchtkwaliteit, onderdeel nationale samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL). Daarin is afgesproken dat alle overheden er voor zorgen dat in 2015 alle knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit zijn opgelost. Downloads
Om pdf-bestanden te kunnen openen en printen moet Acrobat Reader op uw computer zijn geïnstalleerd (gratis download vanaf de Adobe site). Links
|