Verslag werkconferentie 26 november 2008Nu ruimtelijke arrangementen voor 2020–2040 gaan maken, zeggen strategische adviseurs |
||
|
|
Formuleer het komende half jaar de investeringsopgaven die nodig zijn voor een vitale regio straks. Overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties moeten nu plannen maken om in de periode 2020–2040 te zorgen voor een Rijnmondgebied dat economisch en qua leefbaarheid sterk is. Tijdshorizonten om iets te bereiken zijn immers lang. De Haagse ministeries bereiden in 2009 de komende kabinetsperiode voor. Daarop inspelen is nu aan de orde. Dat is een van de conclusies van de eerste bijeenkomst ‘Re-inventing ROM-Rijnmond 2020–2040’ op 26 november 2008. Rond twintig strategische adviseurs, afkomstig van verschillende overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, gaven aan dat zij gezamenlijk een deel van de ambitie willen waarmaken, die nodig is voor een gezond Rijnmondgebied over twintig jaar. Deze boodschap geven zij aan het Dagelijks Bestuur van ROM-Rijnmond: Mark Harbers, Erik van Heijningen en Hans Smits. De bijeenkomst vond plaats in het Rotterdamse Westinn. Na de aftrap door Guus van de Hoef, directeur van ROM-Rijnmond, gaat Luc Boot van ObR (Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam) in op de fundamenten en kanskaarten voor economische structuurversterking. “De uitvoeringsalliantie die we hiervoor nastreven speelt een rol bij de verdere vormgeving. Belangrijke voeding verwacht ik van een onderzoek naar de toekomstige internationale concurrentiepositie. Dat gaat ObR nu uitzetten.” Het rijk is bezig met een zoektocht naar een nieuwe generatie Sleutelprojecten. Die worden anders dan de vorige generatie en bovendien op een veel hoger niveau geplaatst. Initiatieven op het niveau van het Rijnmondgebied kunnen mogelijk hierbij aansluiten Een concept en een visie op de regio voor de periode 2020–2040 ontbreekt nu en die moeten er wel komen, zeggen de deelnemers aan de conferentie. Het tripartite model van ROM-Rijnmond is geschikt om die in de vorm van deal making aan de voorkant te realiseren. Het komende half jaar worden voorstellen uitgewerkt voor nieuwe ruimtelijke arrangementen en hoe deze zijn af te bakenen. Een centrale vraag daarbij zal zijn hoe je partijen meeneemt in een gezamenlijk perspectief dat individuele afspraken aan elkaar koppelt. Of, zoals een deelnemer zei: “We zoeken de juiste knoppen waaraan we kunnen draaien. En waardoor andere ontwikkelingen ook als een soort vliegwiel in beweging komen.” Rijnmond als kweekvijverTijdens plenaire- en deelsessies kwamen ook andere relevante noties naar voren. Aan de hand van vier economische kanskaarten (haven, zakelijke dienstverlening, medisch en zorg, water en klimaat) verkennen de deelnemers de essentie voor de middellange termijn. Waaraan is behoefte? Inzicht in de toekomstige beroepsbevolking bijvoorbeeld. De kinderen die nu geboren worden, maken rond 2020 belangrijke keuzes over hun opleiding en loopbaan. Hoe zou de beroepsbevolking er dan eigenlijk idealiter moeten uitzien en hoe zou je dat tijdig kunnen stimuleren? Het Rijnmondgebied heeft straks behoefte aan meer groen, buiten de bestaande plannen om. Tussen de Voordelta en de Biesbosch misschien een Nationaal Park stichten? Of wellicht een blauwe stad realiseren? Het beter verbinden en benutten van groene ontwikkelingen is een andere urgentie. Het oppikken van groene connecties, zodat het “straks geen vijftien kilometer fietsen meer kost om een kind een koe te laten zien, zoals nu vaak het geval is”. Een aantal claims voor meer en andere ruimte zal blijven. Bij ondernemers bijvoorbeeld. Dat varieert van de zware industrie (uitbreiding- en vervangingsvraag), tot en met droge locaties die kantoor- en opslagfunctie combineren. Maar ook faciliteiten voor het midden- en kleinbedrijf. Vele doorgroeiende starters, begonnen op hun zolderkamer, willen niet direct een duur kantoorpand in. Ten aanzien van de wisselwerking tussen arbeids- en woningmarkt blijkt dat in deze regio vooral de werkgelegenheid het wonen volgt. De huisvestingssituatie is dus leidend. De toenemende multiculturele kenmerken van de regio bieden kansen omdat er veel banden zijn met de moederlanden van migranten. Die kunnen worden benut. De vergrijzing zet voorlopig verder door en dat vermindert het gevaar van aanzienlijke werkloosheid. Waarin onderscheidt zich de regio, bijvoorbeeld als het gaat om zakelijke dienstverlening, van andere regio`s, zowel binnen als buiten Nederland? Wat is het typische ‘Rotterdamse’ of ‘Rijnmondse’ hieraan? De kansen in beeld brengen en daarop actie ondernemen is relevant. Nieuwe vervoervormen stimuleren is belangrijk, zoals over het water. Na 2020 loopt het autoverkeer waarschijnlijk opnieuw vast, ook na de upgrading van de A15 en het afmaken van de A4. TransformerenDe rivierfronten, met hun 1000 hectare te transformeren gebieden, vragen om visie en strategie. Met daarin meegenomen de ervaring en ambitie van Stadshavens, waarbij ook een aanpak hoort van omliggende, verpauperende wijken. Hoe zorg je daar voor opwaardering, hoe verhoog je daar het opleidingsniveau? In de Drechtsteden is het besef gegroeid dat samen met het Rijnmondgebied ontwikkelingen sturen goed is. Speerpunten daar zijn wonen aan het water, de groei en bloei van de maritieme bedrijvigheid plus alles wat daarbij hoort. En het beteugelen van de groei van het verkeer over de weg en de rail. VervolgGuus van de Hoef benadrukt aan het slot van de ochtend het belang van kansen aangrijpen: “Jullie boodschap is: gebruik het komende half jaar voor het formuleren van de investeringsopgaven waarvoor overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties staan. En om uitvoeringsallianties te smeden.” De opbrengst van deze bijeenkomst gebruikt hij in zijn voorstel aan het DB-BOR van 4 december 2008 voor een aanpak Nieuwe Ruimtelijke Arrangementen Re-inventing ROM-Rijnmond. Daarbij wordt de al opgebouwde ervaringskennis gebruikt en een nieuwe samenwerking beoogd, vrij van dubbel werk en andere bestuurlijke drukte. De maatschappelijke organisaties doen actief mee aan de verkenning, van het begin af aan. |