Home
ROM zoeken
ROM Projecten
 

4 December 2008

Voorstel aanpak Nieuwe Ruimtelijke Arrangementen: ‘Re-inventing ROM-Rijnmond’

 

In augustus heeft het BOR ingestemd met de voorstellen voor de voorbereiding van nieuwe ruimtelijke arrangementen, die door u in juni waren aangeboden. Twee partijen hebben kanttekeningen gemaakt. De HID-RWS gaf aan het initiatief te steunen en waarschuwde (ten overvloede) voor dubbel werk ten aanzien van lopende initiatieven in het kader van UPR tot 2020. De stadsregio heeft in eerste instantie tamelijk afhoudend gereageerd. In een gesprek met de portefeuillehouder RO bleek dat een nadere toelichting ruimte schept voor verder overleg. Dat wordt nog vervolgd.

De afgelopen maanden is mij gebleken, dat uw initiatief voor het voorbereiden van nieuwe ruimtelijke arrangementen in de regio en daarbuiten veel weerklank vindt. We zijn het overleg met partijen over de nieuwe opgave en ambities aangegaan onder het motto ‘Re-inventing ROM-Rijnmond’. Dé kernkwaliteit van ROM-Rijnmond – die allerwegen wordt herkend – is dat het een onafhankelijke netwerkorganisatie is van overheden, regionaal georganiseerd bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, die gezamenlijk rond het PMR veel waardevolle expertise (ervaringskennis) hebben opgebouwd met het onderling aangaan van majeure ruimtelijke overeenkomsten. Steeds weer blijkt dat deze partijen elkaar daarop makkelijk vinden. Ook als het gaat om het bewaken van de voortgang van reeds gemaakte afspraken of over nieuwe afspraken die aan de befaamde dubbele doelstelling raken. Het afgelopen jaar deed zich dat nog voor bij de voorbereiding van het Regionaal Samenwerkingsakkoord Luchtkwaliteit in het kader van de derogatie NSL in Brussel.

Partijen ondersteunen uw voorstel, dat het benutten van deze ervaringskennis bij nieuwe opgaven in de toekomst de voornaamste inzet moet zijn. Vandaar: re-inventing ROM-Rijnmond. Daarom wordt ook het grotendeels afbouwen van bemoeienis met het PMR dossier ondersteund (zie overdrachtsdossier). Ten opzichte van de PMR periode is er qua werkwijze één belangrijk verschil, namelijk dat de maatschappelijke organisaties van het begin af aan actief aan de verkenning van de nieuwe ruimtelijk arrangementen meedoen. Ze hebben aangegeven daartoe zeer bereid te zijn. De weg voor deze nieuwe samenwerking is ook vrij van dubbel werk en overige bestuurlijke drukte, omdat het monitoren en de borging van PMR binnenkort op basis van de gemaakte afspraken apart en op zeer pragmatische basis zal zijn geregeld. Met Richard Jorissen heb ik de afspraak gemaakt, dat hij tegelijk met het opheffen van de PMR-organisatie binnen V&W in het voorjaar het initiatief zal nemen ook het daaraan gekoppelde overleg maatschappelijke partijen (OMP) op te heffen. Kortom, de weg is vrij voor de nieuwe ruimtelijke arrangementen in de beoogde tripartiete samenwerking.

De afgelopen maanden heb ik, daarbij ondersteund door het programmabureau ROM-Rijnmond en Twynstra Gudde (Corné Paris en Ellen Peper), de opgave verkend. Op 26 november jl. is met de strategisch adviseurs van de driehoek overheid – bedrijfsleven – maatschappelijke organisaties gesproken over de resultaten van de door ons uitgevoerde verkenning naar de rol van ROM-Rijnmond bij nieuwe ruimtelijke arrangementen 2020–2040. In dit traject is samen opgetrokken met de gemeente Rotterdam (OBR, dS+V) in het kader van de uitvoeringsalliantie Rotterdamse economie, als onderdeel van het uitvoeringstraject van VROM rond de structuurvisie Randstad 2040. De kanskaarten, die in dat verband zijn ontwikkeld door het OBR voor een nieuwe alliantie economische structuurversterking, zijn ook als invalshoek gebruikt. De gezamenlijke conclusies van deze verkenning en de werkconferentie zijn door TG samengevat in een Plan van Aanpak, Verkenning nieuwe ruimtelijke arrangementen 2020–2040. Het behandelt de aanleiding, de scope, het procesontwerp en de organisatie. Het Plan van Aanpak voorziet in een aantal formele beslismomenten van het BOR gedurende 2009. Voor 1 januari 2010 (einde samenwerkingsovereenkomst ROM-Rijnmond) kan zodoende worden besloten over het aangaan van nieuwe ruimtelijke arrangementen in ROM-Rijnmond verband (al dan niet onder een nieuwe naam!).

Beslispunt 1: Instemmen met Plan van Aanpak

Op 16 januari staat het BOR ingepland. Wij stellen voor deze vergadering op te delen in een informeel en een formeel gedeelte. In het informele gedeelte zal eerst samen met vertegenwoordigers van partijen die bij de voorbereiding van de nieuwe ruimtelijke arrangementen een rol spelen een inspirerende verkennende discussie worden gevoerd. Daarna kan het BOR in een korte formele bijeenkomst het plan van aanpak bekrachtigen en bijbehorende besluiten ten aanzien van begroting 2009 en overdrachtsdossier nemen. Op deze wijze maakt het BOR zich de nieuwe aanpak eigen en kan gemotiveerd ruimte geven voor het voorbereiden van de samenwerking met een aantal partners die eerder niet of anders (OMP) in beeld waren. De inbreng van partijen zal in de tussentijd tot 16 januari met hen worden voorbereid. Als u hiermee instemt, zal in de periode tot aan het BOR door ons (onder andere) via de website bredere bekendheid aan dit initiatief worden gegeven.

Beslispunt 2: Instemmen met voorbereiding BOR op 16 januari en instemmen met vervullen ambassadeursfunctie door DB

Uitgangspunten

In onze verkenning zijn we afgelopen maanden op een aantal uitgangspunten en opties gestoten, die uw expliciete instemming vragen alvorens wij tot nadere uitwerking van de nieuwe ruimtelijke arrangementen over gaan. Uw uitdrukkelijke wens om meer dan in het verleden bestuurlijk het voortouw te nemen, speelt hierbij een belangrijke rol. Deze uitgangspunten zijn in de werkconferentie van 26 november jl. vastgesteld en ik leg ze aan u voor in de vorm van een aantal beslispunten. Om resultaat te kunnen boeken in het plenaire BOR is het van belang dat het DB het voortouw neemt in de presentatie van de voorstellen over de inhoud van de nieuwe arrangementen en het vervolgproces, zie de navolgende beslispunten.

Beslispunt 3: Ruimtelijk economische structuurversterking in internationaal perspectief voor de periode na 2020 centraal stellen.

Toelichting: Voor de periode tot 2020 zijn er al voldoende initiatieven ontplooid en uitvoeringsafspraken gemaakt, onder andere in Randstad Urgent-verband. Sleutelfiguren van lopende projecten en programma’s (EDBR, stadshavens, verkeersonderneming, RCI etc.) geven aan dat het hen ontbreekt aan een uitgekristalliseerde visie op de lange termijnontwikkeling van het gebied en een strategie voor de opgaven van ná 2020. Elke partij voor zich besteedt (te) veel tijd en energie aan het onderhouden van netwerkcontacten met andere partijen, met name ook op rijksniveau. Het rijk is nodig om de strategische randvoorwaarden voor de wat langere termijn scherp te krijgen. Het algemene beeld is dat de synergie tussen de vele huidige (uitvoerings)projecten kan worden vergroot: ruimtegebrek is en blijft het issue voor deze regio. De dubbeldoelstelling is toe aan een update: een scherpe focus op ruimtelijke en economische structuurversterking vanuit internationaal concurrerend perspectief, met een bredere geografische scope dan voorheen, een sterk accent op kwaliteit en “soft values”, de leefkwaliteit en het verhogen van de aantrekkelijkheid van de steden in het gebied. Het bepalen van een gezamenlijke inzet vanuit het tripartiete overleg aan de ROM-Rijnmondtafel kan veel meerwaarde opleveren. De aandachtsvelden die het DB hiervoor in haar reactie deze zomer heeft aangegeven, worden onderschreven. Centraal staat het aanbod ook op langere termijn van concurrerende woon- en werkmilieus veilig te stellen.

Beslispunt 4: Aangaan strategische samenwerking met het rijk.

Het rijk heeft in Randstad 2040 de noodzaak van economische structuurversterking van de regio Rotterdam erkend met het voortstel te komen tot de oprichting van een hierop gerichte uitvoeringsalliantie. Op 27 oktober is er op de Randstad 2040 conferentie een tafel voor de Startbijeenkomst Uitvoeringsalliantie Rotterdam georganiseerd (zie voor notulen bijlage 3). Tijdens deze bijeenkomst hebben VROM en het OBR voorgesteld om het vervolgproces daarvan te koppelen aan de verkenning van ROM-Rijnmond van nieuwe ruimtelijke arrangementen. Met name het perspectief op het tripartiete overleg hierover vanuit ROM-Rijnmond werd cruciaal geacht. Als u hiermee instemt, trekken we derhalve in het vervolg gezamenlijk met VROM en Rotterdam (OBR/dS+V) op.

V&W heeft bepaald dat zij zich voor de langere termijninzet van het rijk in de regio Rijnmond, overigens ook in het kader van de ruimtelijk economische structuurversterking, vooral wil richten op de consequenties van de klimaatverandering en de ligging van het gebied in de delta in de context van het advies dat de Deltacommissie onlangs onder leiding van de heer Veerman uitbracht. Er ligt een uitnodiging van het ministerie van V&W om deel te nemen aan een overleg op 22 januari waarin deze opgaven en kansen gezamenlijk in kaart worden gebracht.

Tijdens de werkconferentie van 26 november is er van rijkszijde aangedrongen op het leggen van een verband met de nieuwe investeringsagenda van het Rijk voor de volgende kabinetsperiode. Deze zal ruimte gaan bieden voor investeringsafspraken over nieuwe ruimtelijke arrangementen na 2020. Voor de periode tot 2020 staat de investeringsagenda van het rijk wel zo ongeveer vast. Aanbevolen werd aansluiting te zoeken bij de planning van het ministerie van VROM voor potentiële nieuwe sleutelprojecten. Concreet houdt dit in dat voor de zomer van 2009 sleutelprojecten voor de regio moeten worden aangedragen. Aangegeven werd dat aan deze nieuwe ruimtelijke arrangementen de eis gesteld zal worden dat de regio Rotterdam onderscheidend bijdraagt aan de internationale concurrentiekracht en het internationale profiel van de Randstad en dus een grotere impact moeten hebben dan de vorige generatie sleutelprojecten. De vergelijking met het ambitieniveau PMR is hier van toepassing. Een en ander is in de planning van ons Plan van Aanpak in te passen.

Beslispunt 5: Opschalen scope van de regionale samenwerking noodzakelijk.

Tijdens de Randstad 2040 conferentie in oktober is vastgesteld dat de kanskaarten voor de ruimtelijk economische structuurversterking in internationaal perspectief vanuit vier invalshoeken moeten worden benaderd:

  • Havenindustrieel complex
  • Medische sector
  • Water, klimaat en energie
  • Zakelijke dienstverlening

Waar de laatste decennia de aandacht voor de ontwikkeling van de haven en het havenindustrieel complex centraal stond, zal voor de komende periode vanuit het gedachtegoed van ‘World Port – World City’ verhoudingsgewijs meer aandacht uitgaan naar versterking in internationaal perspectief van de stedelijke en regionale economische structuur en de ruimtelijk randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn. Zakelijke dienstverlening is geen doel op zich, maar voor een internationale positionering van de regionale economie in Randstadverband een noodzakelijke voorwaarde. Er is van diverse kanten sterk voor gepleit om deze oriëntatie ook te vertalen in:

  • Meedenken over de wijze waarop (met name aan de noordzijde van de regio; de bekende Noordas uit het RR2020) de kennisinfrastructuur en de zakelijke dienstverlening in de Noordas en in de relatie met Delft ook ruimtelijk op een hoog (hoger!) ambitieniveau gestalte gegeven kan worden.
  • De tripartiete samenwerking uitbreiden naar de Drechtsteden. Dat betreft zowel de toekomst van het havenindustriële complex (in de Drechtsteden maritieme complex genoemd), de regionale bereikbaarheid langs weg en spoor en tot slot de vertaling van de groen-blauwe opgave in een gezamenlijk regionaal aanbod van concurrerende woon- en werkmilieus, met inbegrip van een wervend en grootschalig aanbod van landschappelijk en recreatief aantrekkelijke uitloopgebieden voor de gezamenlijke stedelingen aan de zuidkant van Rijnmond.
  • Betrokkenheid van de waterschappen bij de uitwerking van de wateropgave. Eerste afspraken daartoe zijn gemaakt.
  • Meer aandacht voor de ‘soft values’. Er is een verschuiving van kwantiteit naar kwaliteit gaande. De concurrentiekracht van de regio wordt steeds meer bepaald door de kwaliteit van de woon- en leefomgeving, de wijze waarop op de ontwikkeling in de bevolkingssamenstelling wordt ingespeeld, de aansluiting van het onderwijs op de ontwikkelingskansen van het regionale bedrijfsleven. Inspelen op de initiatieven van Deltalinqs, het leggen van verbanden met het onderwijs en dit doorvertalen in voorstellen voor de aanpak van de transformatieopgaven van woon- en werkgebieden.
  • Rotterdam en Den Haag zijn op dit moment in dialoog over strategische samenwerking ter versterking van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Op vrijdag 5 december a.s. ontmoeten de colleges elkaar hier voor de tweede keer over. Vanuit de gemeente Den Haag is ambtelijk de wens uitgesproken om de Randstad 2040 Uitvoeringsalliantie Rotterdam te verbreden tot het geografische schaalniveau van de metropoolregio. Op dit moment is helaas nog niet duidelijk of deze wens 5 december ook bestuurlijk zal worden geuit en hoe de uiteindelijke beslissing zal vallen.

Beslispunt 6: Vaststellen voorlopig overzicht onderwerpen nieuwe ruimtelijke arrangementen.

Vanuit deze scope zijn de volgende onderwerpen, die zich lenen voor nieuwe ruimtelijke arrangementen voor na 2040 geïdentificeerd:

  • Het concept achter Stadshavens verbreden op basis van ‘lessons learned’ langs de noord en zuid oever (van Hoek van Holland tot aan Drechtsteden/Moerdijk). Voorstellen ontwikkelen om de betreffende 1000 tot 2000 ha verouderd haven en industriegebied om te zetten in concurrerende en innovatieve woon- en werkmilieus. Daarbij regionale oplossingen zoeken voor vernieuwende vormen van bereikbaarheid (met name OV) en voor het oppakken van de wateropgave in deze stedelijke gebieden.
  • Het concept achter Deltapoort op basis van ‘lessons learned’ samenhangend met de wateropgave optillen naar het schaalniveau “van Voordelta tot Biesbosch”. Voor de inrichting van de gehele zuidflank van de regio voorstellen ontwikkelen voor een invulling van de ambitie van metropolitane parken op dat schaalniveau. Dit vertalen in concrete voorstellen voor grootschalige landschap- en natuurontwikkeling op basis van (veel meer) water en de wenselijkheid om aan de zuidzijde van de regio woon- en werkgebieden op een echt vernieuwende wijze daarmee te combineren
  • Het concept achter de Noordas van Vlaardingen tot Zuidplaspolder op basis van ‘lessons learned’ uitwerken in concrete voorstellen voor versterking van de kennis- en diensteneconomie ter plaatse en voor het vergroten van de toegankelijkheid van en inrichting van de overgang naar het Groene Hart met het oog op de wateropgave. Dit betreft het gebied ten noorden van Rotterdam (de “Noordas-kennisas”), langs de binnenrand van de Randstad (inclusief Science Port Holland, metropolitaan park Midden-Delfland, innovatief OV systeem “Randstad Rail Superplus“, OV-ontsluiting Rotterdam Airport),
  • Inspelen op de MIRT-verkenningen en de voorstellen van de havenalliantie en deze doorvertalen in concrete voorstellen voor regionale bereikbaarheid met name met betrekking tot regionaal openbaar vervoer.

naar boven